De kortste dag
De langste nacht, of kortste dag, luidt het begin van de astronomische winter in. De datum valt in Nederland op 21 of 22 december. Dat is de winterzonnewende: het moment waarop de zon de zuidelijkste positie bereikt gezien vanaf de aarde, en dus het laagst aan de hemel staat. Dan ontvangen we het minste zonlicht.
Toch gaat de zon al eerder later onder
De winterzonnewende is echter niet het moment waarop de zonsondergang het vroegst is of de zonsopkomst het laatst. Volgens het KNMI gaat de zon al vanaf ongeveer 13 december later onder. In het KNMI-klimaatbericht van 2017 valt de vroegste zonsondergang voor De Bilt op 12 december. De laatste zonsopkomst komt juist ruim daarna: op 30 december blijft het 's ochtends het langst donker.
De verklaring
De baan van de aarde om de zon is niet perfect rond maar een ellips. In onze winter is de aarde dichter bij de zon en beweegt ze sneller. Daardoor moet de aarde elke dag een stukje verder om haar as draaien om de zon weer op dezelfde plek boven zich te krijgen. De zonnetijd loopt dus niet gelijk met de kloktijd.
Rond 21 december komt de zon daardoor elke dag iets minder dan een halve minuut later op en gaat iets meer dan een halve minuut later onder. Zo verschuift de laatste zonsopkomst negen dagen na de kortste dag, en de vroegste zonsondergang ruim daarvoor. Het effect is groot genoeg dat het KNMI er in zijn weer- en klimaatmodellen rekening mee houdt.
Het hangt af van waar je bent
De daglengte hangt af van de geografische breedte. In Zuid-Frankrijk valt de vroegste zonsondergang al op 9 december en de meest late zonsopkomst op 3 januari.
Op de Noordpool
Het noordelijk halfrond heeft in de winter de kortste dagen. Aan de Noordpool zelf blijft de zon zes maanden onder de horizon, maar toch is het daar niet zes maanden donker. Echt donker is het pas als de zon 18 graden onder de horizon staat, de astronomische schemering.
Op elke plaatspagina van Dagweer staan de tijden van zonsopkomst en zonsondergang, plus de daglengte, berekend voor die plaats.