Naar de inhoud
dagweer

Weerblog ·

Wordt het een strenge winter? Wat het KNMI wel en niet weet

Elk najaar duikt de vraag weer op of de winter streng wordt. Dit jaar is er een bijzondere El Niño onderweg. Voorspelt die iets voor Nederland? Het eerlijke antwoord is korter dan je denkt.

Het korte antwoord

In een analyse van het KNMI komt het erop neer dat de enige wetenschappelijk onderbouwde voorspelling voor de Nederlandse winter luidt: "Het kan vriezen, het kan dooien." Hieronder staat waarom de bekende voorspellers niet werken.

Een historische El Niño

El Niño is een natuurlijke opwarming van het zeewater langs de evenaar in de Stille Oceaan. Volgens het KNMI duurt hij gemiddeld een half jaar en ligt de piek vaak in december, vandaar de naam: "het (kerst)kindje".

Dit jaar is hij bijzonder sterk. In het maandelijkse bericht van 10 september 2026 schreef het Amerikaanse Climate Prediction Center van NOAA dat El Niño zich versterkt, met meer dan 90 procent kans op een zeer sterke El Niño in de herfst en winter van 2026-27. Voor oktober tot en met december gaf NOAA 75 procent kans op een historische El Niño, sterker dan alle eerdere sinds 1950. (Het volgende bericht van NOAA staat gepland voor 8 oktober 2026, dus de cijfers kunnen inmiddels zijn bijgewerkt.)

Wat betekent dat voor Nederland?

Voor onze winter: niets. Het KNMI zette de wintertemperatuur in De Bilt af tegen El Niño en La Niña en vond dat winters bij El Niño even vaak streng waren als bij La Niña of bij geen van beide. Zijn conclusie: "In Nederland hebben El Niño en La Niña geen enkel effect op het winterweer." In Noord-Amerika is het effect wel duidelijk, in Europa is het nergens sterk genoeg om een winterverwachting op te baseren.

Voor het voorjaar erna is er wel een aanwijzing. Er bestaat volgens het KNMI een duidelijk verband tussen sterke El Niño's en de regenval in het eropvolgende voorjaar in een deel van West- en Midden-Europa. In Nederland en verder naar het oosten wordt het dan vaak een nat voorjaar.

Zonnevlekken: toeval

De laatste zestig jaar vielen strenge winters vaak samen met een minimum in de elfjarige zonnevlekkencyclus, en ook de Elfstedentochten. Toch is dat volgens het KNMI waarschijnlijk toeval. Kijk je naar alle winters vanaf 1750, dan is de correlatie zo laag dat het verband net zo goed door toeval kan zijn ontstaan. In de periode 1909 tot 1950 werden de meeste Elfstedentochten juist gereden bij een hoog zonnevlekkengetal. Het KNMI noemt dit de wet van de kleine getallen: met maar zes Elfstedentochten in de afgelopen zestig jaar is de kans dat het toeval is niet verwaarloosbaar klein.

Sneeuw in Siberië: ook toeval

Er waren aanwijzingen dat de hoeveelheid sneeuw in Siberië in oktober het weer van december zou beïnvloeden. Met langere meetreeksen, tot 2018, is dat verband vrijwel verdwenen. Het KNMI concludeert dat het puur toeval was.

Wat wel meetbaar is: het wordt zachter

De enige goede simpele voorspeller is de opwarming van de aarde. Nederlandse winters zijn volgens het KNMI nu 1,5 tot 2,0 graden warmer dan ruim een eeuw geleden. De kans op strenge winters is daardoor afgenomen, maar lang niet nul: het verschil tussen strenge en milde winters is nog veel groter dan de opwarming tot nu toe.

Dus?

Een betrouwbare seizoensverwachting voor de Nederlandse winter bestaat niet. Wat je wel kunt doen is de weersverwachting voor de komende dagen volgen. Die staat op elke plaatspagina van Dagweer.

Bronnen

Feiten gecontroleerd op 30 september 2026.

Naar het weer